Ik heb sinds de geboorte van Joshua weinig tijd gekregen om te schrijven. Al maanden probeer ik mijn bevallingsverhaal af te schrijven, en op te poetsen zodat ik ‘m ook online kan delen, maar het is zo’n emotioneel iets. Het is me daardoor nog niet gelukt. Ik merk dat ik schrijven over andere dingen op mijn blog uitstel totdat ik het bevallingsverhaal af heb, maar zo verdwijn ik helemaal van de radar.
Op instagram deel ik vrijwel dagelijks wel wat. Je kan me daar dus ook gewoon volgen als je nieuwsgierig bent. Ik stelde daar de vraag waar mensen over willen lezen, mocht ik de kans krijgen om te schrijven, en ik kreeg vooral de vraag: hoe bevalt het moederschap nou echt, met een ziek lijf?

Een korte terugblik op de zwangerschap

Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik zwanger zijn echt ongelooflijk klote vond. Nog steeds denk ik dat ik het anders had ervaren als ik niet chronisch ziek was geweest, en niet zo ontzettend hard achteruit was gegaan. De normale kwaaltjes kon ik namelijk best goed hebben, ook al waren ze vervelend. Het hele idee van zwanger zijn vond ik prachtig. De echo’s, het hartje luisteren, lezen over de ontwikkelingen van het kindje in mijn buik. Het besef dat ik echt een baby in mijn buik had zitten. Hem voelen bewegen, hoe hij altijd bij me was. Het voelde zo gezellig.
Ik heb echt wel genoten tussen de ellende door, maar het was toch vooral ellende. De verloskundige vroeg me na de bevalling hoe ik nou terug keek op mijn zwangerschap, en ik reageerde direct heel sterk met een ‘AFSCHUWELIJK’.

Mocht je gemist hebben hoe ik de zwangerschapsweken door ben gekomen, dan kan je dat hier nog terug lezen. Maar het komt erop neer dat ik bijna niets meer kon, de deur niet meer uit kwam en zwaar depressief raakte. Over dat laatste heb ik weinig gedeeld omdat het te gevoelig lag. Inmiddels durf ik er wel meer over te praten, en ik wil er zeker nog over schrijven, maar er waren dagen dat ik gewoon niet meer wakker wilde worden. En met ‘dagen’ bedoel ik eigenlijk dat dit standaard was voor hoe ik me voelde. Ik was behoorlijk ver heen en durfde dat niet toe te geven – ik schaamde me zo intens dat ik me zo voelde, terwijl er zo’n mooi kindje in mijn buik zat.
Hij, mijn lieve baby, alle bewegingen die hij maakte, het stille contact tussen ons, de band die ik al voelde vormen… samen met de intens liefdevolle en geduldige zorg van Steven, hebben me erdoorheen gesleept. Ik vermoedde daarom dat ik niet in een postpartum depressie terecht zou komen waarbij ik m’n kind letterlijk uit het raam zou willen gooien, maar toch was ik daar heel, heel, heel erg bang voor.

En toen was hij er dan eindelijk

Joshua Charlie. Na bijna 42 weken zwangerschap. Hij was zo fijntjes, zo zacht, zo klein, zo mooi. Ik wil de details bewaren voor mijn bevallingsverhaal, maar vanaf het moment dat hij op mijn buik werd gelegd voelde het goed.
Ik voelde liefde, maar werd niet overspoeld met een overweldigend gevoel van liefde. Het overviel me niet, of zo. Ik was te uitgeput van de bevalling en het voelde allemaal nog een beetje onwerkelijk. Maar ik voelde dat het gewoon goed was.
Wat ik wel meteen voelde was: dit is mijn baby. Dit is mijn baby. Hij hoort bij mij. Ik wil voor hem zorgen. Ik wil hem beschermen. Ik wil hem dicht bij me houden. Hij is prachtig, het allermooiste wat ik ooit gezien heb.
Wat ik voelde was heel instinctief. Een oer gevoel. En naar mijn idee deed het niet onder voor het soort overweldigende liefde wat ik me had voorgesteld, maar het was wel anders dan wat ik in gedachten had.

De eerste keer dat ik moest huilen sinds zijn komst, was ergens in de eerste kraamweek. Ik had hem in mijn armen. Ik zat alleen met hem op de bank. Hij keek me aan, en ik brak op de mooiste manier. Het raakte me ineens zo ongelooflijk hard, zo intens. Het besef dat dit kleine ventje al die tijd in mijn buik had gezeten. Ik vond hem zó mooi, zo ongelooflijk mooi, en ik voelde dat ik werkelijk alles voor hem zal doen. Een gevoel van geluk en liefde overspoelde me en ik heb hem huilend kusjes gegeven, terwijl ik hem vertelde hoe blij ik met hem ben.
Vanaf dat moment was ik niet meer bang voor wat ik wel of niet zou voelen.

Ik voelde me direct na de bevalling al zo veel beter dan dat ik me de hele zwangerschap gevoeld heb. Ik had pijn, ik had het gevoel alsof open gereten was, ik had hechtingen, ik was beurs, ik was veel bloed verloren, ik had blaren op mijn tepels, ik was vreselijk emotioneel en ik had het gevoel alsof ik volledig uit elkaar donderde, maar ik was zo blij dat de 9 maanden achter de rug waren en zó blij met mijn Joshua.

Huilende aardappel

Ik was vooraf zo bang voor hoe ik het zou ervaren. De hele zwangerschap lang kreeg ik ook steeds waarschuwingen over het moederschap. ‘Als die kleine er is, dan begint het pas echt. Vergis je niet hoor, dat is veel zwaarder!’.
Ik dacht dat ik in een enorm zwart gat zou vallen en dat het vooral afzien zou worden. Dat ik volledig zou verliezen wie ik ben. Dat ik met een gemaakte glimlach zou zeggen ‘maar je krijgt er wel heel veel voor terug’ terwijl ik eigenlijk bedoel ‘het pakt vooral je leven van je af’.
En eerlijk, er zit een kern van waarheid in hoor. Het pakt ook wel je leven af, zoals je die gewend was. Er zijn heel veel ouders die de pasgeboren baby fase niet leuk vinden en dat is heel normaal. Steven en ik noemen het de huilende aardappel fase. Een pasgeboren baby is gewoon een beetje een huilende aardappel. Het huilt, het krijst, het poept, het eet, en het neemt vooral heel erg veel. Ik kan me 100% voorstellen dat je deze fase niet leuk vindt en moeite hebt om je kind zelf niet stom te vinden.
Maar ik ben dan een van die irritante moeders die het geweldig vond. We zijn nu door de huilende aardappel fase heen, en ik vond het gewoon mee vallen. Ik vond het prachtig. Als het anders was geweest dan had ik dat ook eerlijk gezegd, want ik vind absoluut dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Maar ja, sorry, ik heb er ontzettend van genoten. Maar dat had ik ook wel verdiend na zo’n kut zwangerschap.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik ook niet hele moeilijke momenten had. Maar ik vind dat het best gezegd mag worden, zeker voor hen die net zoals ik een zware zwangerschap moeten ondergaan en zich zorgen maken om hoe het daarna gaat. Ik meen wat ik zeg: ik vond het mee vallen. Ik vond het mooi. Ik vond de zwangerschap duizend keer zwaarder.

Kan ik dit eigenlijk wel?

Ik was de eerste weken toch wel onzeker. Op het moment zelf dacht ik dat het wel mee viel, maar ik was zo bang om Joshua tekort te doen. En nog steeds hoor – maar ik maak vooruitgang.
Ik vond het, toen het hele nieuwe eraf was, ineens niet zo leuk worden. Ik had het gevoel alsof ik in een nieuwe baan stapte, een nieuwe ik, en dat ik iets aan moest trekken wat gewoon met geen mogelijkheid lekker zat. Maar ja, het was in het belang voor Joshua, dus ik moest wel, toch?
Er waren zoveel dingen waar ik me ontzettend druk om zat te maken. Hem op een schema krijgen, bijvoorbeeld. Want dat is goed voor hem, en dat hoort, en ik moest nauwkeurig bij gaan houden hoeveel hij at en poepte en hoe lang hij sliep en in de gaten houden dat ik hem wel vaak genoeg oefeningen liet doen en oh mijn hemel, we moeten wel echt een strak ritme erin krijgen want anders verpest ik hem al helemaal.
Ik las hoe andere moeders hun vaste ochtend- middag- en avondritueel hadden. Het enige wat ik had waren een paar soort van vaste dingetjes en een slaap ritueel, maar verder klooide ik maar wat aan. Ik nam de dag zoals ‘ie kwam en ik dacht: dat is helemaal niet goed joh. Ik doe het nu al niet goed. Hoe kan ik hem nou ooit een goed strak schema geven als mijn lichaam helemaal niet aan schema’s doet?’
Ik ben zo gewend om te kijken naar wat mijn lichaam aan kan, dag op dag en eigenlijk ook gewoon ieder uur, dat het me heel zwaar viel om een ritme en strak schema voor Joshua te creëren.

Ik vond Joshua leuk, en hoewel de eerste weken heel zwaar waren, keek ik toch steeds weer uit naar een nieuwe dag met hem. Maar het moederschap – ik vond het maar moeilijk en ik vroeg me af of ik dit wel kon. Of het voor me weggelegd was. Mijn gevoel voor vrijheid was volledig weg, niet alleen in mijn dagelijks leven maar ook gewoon in wie ik mag zijn.
Toen het speelde realiseerde ik het me niet zo, maar ik had het gevoel dat ik mezelf niet meer mocht of kon zijn als ik een goede moeder voor Joshua wilde zijn. Ik vond alle regels zo benauwend. Alle adviezen spookten constant door mijn hoofd. Ik heb er nooit naar geluisterd wanneer iemand zei dat ik Joshua maar gewoon moest laten huilen, maar ik dacht wel steeds aan de uitspraken over hem verwennen. ‘Je moet hem niet bij iedere kik oppakken hoor, dat heeft hij zo door’.

Ik raakte het gevoel met mezelf en mijn mamakracht kwijt, in de hoop goed voor hem te kunnen zorgen.

Natuurlijk ouderschap

Het is volgens mij een opkomende trend, of ik ben er per toeval gewoon overheen gestruikeld, maar ik kwam het concept ‘attachment parenting’ tegen, in het Nederlands ‘natuurlijk ouderschap’. Als je te lang artikelen erover blijft opzoeken en in facebook groepen mee leest, krijg je het idee dat het gewoon een nieuwe set regels is om je aan te houden, maar dat is naar mijn idee niet wat er achter attachment parenting schuilt.
Ik kocht er een boek over, van de schrijvers waar het concept vandaan komt, en wat ik eruit haalde was het volgende:
Alle ouders voeden hun kind op volgens attachment parenting wanneer ze hun intuïtie volgen. Attachment parenting moedigt aan om naar je moeder(vader/ouder)gevoel en naar je kind te luisteren. Attachment parenting gaat over een hechte band met je kind vormen en daarop kunnen bouwen.
Het gaat ervan uit dat een baby je niet probeert te manipuleren, maar met je probeert te communiceren. Dat je een kind niet hoeft te trainen (of programmeren…), maar dat het allerbelangrijkste is dat jij je hecht aan je kindje en daardoor hem zo goed leert kennen, dat je vanzelf aanvoelt wat je kind nodig heeft.

Ja, dat klikte wel. Ik las het boek en bij ieder hoofdstuk voelde ik me lichter worden. Dit past bij mij. Het moederschap, en het vooruitzicht van de toekomst als moeder, werd ineens weer een heel stuk leuker.
Het boek geeft wel tips voor een zo’n goed mogelijke hechting met je baby, wat sommige mensen opvatten als regels, maar ik kreeg het idee dat het meer een soort leidraad is waarin je zelf moet aanvoelen wat wel of niet bij jou en je kind past.

Moeder zijn past toch wel bij me

Joshua reageerde helemaal niet goed op alle keren dat ik een schema probeerde vast te houden. Ik werd er krampachtig en gespannen van, en hij dus ook. Op de dagen dat ik het los liet en deed wat goed voelde, hadden we meestal een fijne dag samen.
Na het lezen van het boek over attachment parenting, kwam ik erachter dat ik al veel deed wat bij deze manier van opvoeden past. Alles wat ik deed wat er niet bij past, en wat ik deed omdat ik dacht dat het zo moest, voelde niet goed voor mij en Joshua. Het was voor mij dus een hele opluchting toen ik dit boek vond. Ik realiseerde me toen pas wat er mis ging.

Ik neem hem nu dus gewoon bij me wanneer ik dat wil, of wanneer hij dat wil, zonder me zorgen te maken of hij daar te afhankelijk van wordt (want, zoals ik nu weet, geeft het een kindje juist heel veel zelfvertrouwen voor later). Ik draag hem in een draagdoek wanneer mijn lichaam dat toe laat, en ik probeer hem ook gewoon overal lekker mee naar toe te nemen. Hij mag dicht bij papa en mama zijn. Ik hou nog wel in de gaten hoe laat hij gedronken heeft, maar ik kijk meer naar zijn signalen en wat hij probeert te vertellen. Ik leg hem voor zijn dutje ’s middags en ’s avonds wel in zijn bedje, maar dat ben ik gaan doen omdat ik het idee had dat hij meer behoefte had aan rust.
Het is wel de kunst om je eigen rust en gezondheid goed in de gaten te houden hierbij, en dat je partner begrijpt wat je aan het doen bent en zich er ook goed bij voelt. Vooral het eerste moet ik goed in de gaten houden, want ik ben geneigd om te veel te geven en te bezorgd te zijn.

Zodra ik veel meer op gevoel ging doen en aandacht gaf aan mijn band met Joshua, werd het moederschap ineens weer een stuk leuker. Ineens realiseerde ik me: Ja, mama zijn ligt mij wel. Jeetje, ik vind dit eigenlijk best wel heel erg leuk.

Het voelt nog steeds wel alsof ik in een andere rol moet stappen, en soms maakt dat me nog wel verdrietig. Dan mis ik hoe ongecompliceerd het was om gewoon met z’n tweeën te zijn. Ik mis het sowieso wel om met z’n tweeën te zijn, omdat Steven en ik zulke kleffe kluizenaren zijn. Maar dat is heel normaal. Het is normaal om dingen uit je oude leven te missen, en alsnog heel erg blij te zijn met je baby. Ik kan me namelijk ook geen leven meer zonder hem voorstellen, en zou dat absoluut niet willen!

Ik ben eigenlijk gewoon blij met de persoon waarin ik aan het veranderen ben. Daar wilde ik meer over schrijven, maar het is inmiddels al zo’n lange blogpost geworden, oeps! Dat doe ik wel een andere keer.

Ik had duidelijk eerder moet schrijven, haha! Ik hoop dat ik vanaf nu weer iets regelmatiger kan schrijven.

Liefs,
Emily

2 Comments

  • Rinske schreef:

    Wauw, wat inspirerend om te lezen! Alleen al door jouw verhaal krijg ik meer geloof in mezelf. Mijn vriend en ik proberen al jaren om in verwachting te raken en ik heb ook ME. Die combinatie zorgt er nog weleens voor dat ik twijfel of het wel goed is wat we willen. Je hebt wat meer vertrouwen in mezelf gegeven. 😉 Dankjewel!

  • Karin schreef:

    Gewoon lekker doen waar jij je het fijnst bij voelt, dat is het allerbelangrijkste!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge
Copyright © IPkabuto 2017 • All rights reserved.