InMoederschap, Zwangerschap

Mijn bevallingsverhaal

Mijn lieve Joshua is inmiddels al meer dan acht maanden oud. Een beetje laat ben ik wel, met mijn bevallingsverhaal.
In mijn kraamweek ben ik begonnen met schrijven, en een paar weken later had ik het meeste wel af. De ruwe, ongecensureerde versie stond al een paar maanden opgeslagen op mijn computer. Ik wist dat ik mijn verhaal wel wilde delen, maar het voelde nog niet goed.

Er is nog een hoop dat ik zou willen vertellen over mijn zwangerschap, waar ik over zou willen schrijven zodat ik het eruit kan gooien. Toch ben ik daar terughoudend in geworden. Ik heb zoveel opmerkingen en meningen van mensen gehoord tijdens mijn zwangerschap, zoveel oordelen over hoe ik dingen deed of dat ik überhaupt moeder werd. Ik heb mijn zwangerschap oprecht als traumatiserend ervaren. Dat vind ik nog steeds heel heftig.

Ik wilde daarom niet dat mensen ook een mening konden vormen over mijn bevalling, over hoe ik het ervaren heb, of over wat ik graag anders had willen zien.
Ik voel bijvoorbeeld heel sterk dat ik de begeleiding in het ziekenhuis onprettig vond en hoewel ik begrijp dat ze sommige dingen waarschijnlijk gedaan hebben met oog op mijn en Joshua’s gezondheid, heb ik er last van dat sommige dingen zo gegaan zijn.

Ik vond mijn bevalling zo bijzonder, zo intens en zo emotioneel. Ik kan erover blijven praten dus voel ik nog steeds de behoefte om het hele verhaal online te zetten. Het is denk ik ook prettig om te lezen voor andere chronisch zieke aanstaande mama’s, juist omdat ik zó bang was dat mijn lichaam het niet aan zou kunnen (spoiler alert: ik kon het aan!).

Het is een lang stuk. Ik schrijf uitgebreid en redelijk ongecensureerd, maar ik heb de meeste scheldwoorden uit het origineel gefilterd (het waren er nogal wat).

Inleiden

Een geboorteplan hebben is fijn, maar je moet wel flexibel blijven. Iedere aanstaande mama heeft een ideaalbeeld in haar hoofd. Het is fijn als je daar zoveel mogelijk van waar kunt maken, maar een bevalling is zo onvoorspelbaar dat je in staat moet zijn om aanpassingen te maken.

Dat had ik al zo vaak gelezen, en ik had me daar op voorbereid. Ik had meerdere wensenlijstjes voor meerdere soorten bevallingen en me voorgenomen om gewoon met de flow mee te gaan. Het gaat zoals het gaat.
Waar ik echter weinig tot geen rekening mee had gehouden was een inleiding. Dat wilde ik absoluut niet. De gynaecoloog en verloskundigen hadden me aangeboden om eventueel eerder in te leiden vanwege mijn gezondheid, maar dat zag ik niet zitten. Die extra dagen konden er ook nog wel bij. Ik wilde dat mijn lichaam het zelf deed.

Ik verwachtte de baby ergens tussen week 39 en 40. Dat gevoel had ik. Mijn buik was ook al flink aan het rommelen: ik had lichte weeën gehad en was mijn slijmprop verloren, maar niets zette door.
Dat ik uiteindelijk de 41 weken passeerde was zowel mentaal als lichamelijk heel erg zwaar. Het voelde alsof het nooit meer ging gebeuren. Twee keer strippen haalde niet genoeg uit. Ik kon bijna niet meer lopen, ook niet in huis, en verging van de pijn.

Bij 41+2 gaf ik aan dat ik het niet meer zag zitten. Bij 41+4, dat wil zeggen 41 weken en 4 dagen zwanger, werd ik ingeleid.

Zondagochtend belden we het ziekenhuis op om te vragen of ze plek hadden. Om acht uur waren we er al. Twee uur later kreeg ik de eerste tablet. Zo’n tablet wordt vaginaal ingebracht, merk je weinig van. Ik had een kleine 1 centimeter ontsluiting, hetzelfde als de dagen daarvoor.
Ik moest nog even aan de monitor blijven liggen om de baby in de gaten te houden. Na 30-45 minuten werd ik eraf gehaald en mocht ik doen wat ik wilde.
We lagen in een kamer die, volgens mij, de weeënkamer werd genoemd. Het was niet de bedoeling om daar te bevallen of te slapen, maar uiteindelijk zijn we toch al die tijd in die kamer gebleven omdat het druk was op de afdeling. Er stond wel een baby bedje, een glazen bak met al een opgemaakt matrasje erin. Ik keek ernaar en dacht nog: jeetje, zou mijn baby daar straks in liggen?
Zo’n bed om in te bevallen ligt heel anders dan een normaal ziekenhuisbed. Ik vond het echt een onding. De pijn in mijn bekken werd alleen maar erger, dus wisselde ik regelmatig van bed naar stoel naar rolstoel om even naar beneden te gaan.

Deze foto maakte ik toen ik dacht: zal mijn baby daar straks in liggen?

Wachten

Wachten tot er iets ging gebeuren in mijn buik. Het kon vandaag gebeuren of nog drie dagen duren. Aan dat laatste probeerde ik niet te denken.
De tijd ging wel langzaam, maar ik vond het wachten niet zo erg. Sinds ik in het ziekenhuis aangekomen was voelde ik me eindelijk een beetje rustig. Ik kon weer ademhalen. Het was nu duidelijk wat er ging gebeuren, en vandaag of morgen werd mijn baby geboren.
Het gaf me rust.

Steven en ik gingen af en toe naar beneden, maar meestal zaten we in de kamer. Eigenlijk vond ik het wel gezellig. Ik moest regelmatig aan de monitor om de baby in de gaten te houden. Mijn moeder en haar man kwamen even langs, vertrokken weer en zouden later terug komen. In de middag kreeg ik weer een tablet – ik geloof dat ik toen op anderhalve centimeter ontsluiting zat of misschien zelfs minder. Ik weet in ieder geval wel dat ik het teleurstellend vond.

Harde buiken

Mijn moeder kwam weer langs. Ik kreeg ziekenhuiseten (een salade, was best te doen) en gaf de helft aan Steven, want ik had toch geen honger. De harde buiken die ik al de hele middag sterk voelden, werden nog ongemakkelijker. Ik had geen pijn, maar ik voelde ze wel sterk.

Het was nu tegen een uur of zes en ik besloot om te gaan douchen.
Het douchen was even fijn, maar mijn harde buiken werden intenser en ik begon me ongemakkelijk te voelen onder het warme water. Steven hielp me met afdrogen en aankleden en ik merkte dat de harde buiken wel erg snel achter elkaar kwamen.
Mijn moeder vroeg of het pijnlijk was. Weet ik niet zeker, zei ik. Het was een raar gevoel. Een akelig gevoel, maar eerder gewoon super intens in plaats van pijnlijk. Ik kon er mijn vinger niet goed op leggen. Ik moest me er inmiddels wel schrap voor zetten, me focussen op mijn ademhaling.

Ik werd weer gecontroleerd en zat op 2 centimeter ontsluiting. De verloskundige was positief en aangenaam verrast. Ze vertelde me dat ze in principe nu de vliezen konden breken (ja!), maar omdat het al zo laat was gingen ze dat niet doen (nee!). Ze had over mijn gezondheid gelezen en vond het verstandig als we morgen verder zouden gaan, zodat ik in de nacht kon rusten.
Ik begreep het besluit, maar ik kon wel janken. Ik was er zo klaar mee. Hoe kon ik nou rusten in zo’n ziekenhuis? Laten we alsjeblieft gewoon door gaan!

Ik gaf aan dat ik wel last had van harde buiken/weeën en dat het erg intens was.
‘Maar ze hoeft er nog niet doorheen te zuchten,’ zei de verpleegkundige. ‘Je kan er nog gewoon doorheen praten, toch?’
Ik twijfelde. Ik ben pijn gewend. Natuurlijk lig ik niet nu al te zuchten en steunen. Ik kan veel hebben. Dus ja, ik kon er nog wel doorheen praten – met moeite – maar moest de weeën wel echt al opvangen en rustig weg ademen. Ik wist niet wat ik moest zeggen.

Mijn moeder vertrok, maar ik zag aan haar dat ze eigenlijk niet wilde gaan. Ze had het gevoel dat het ging gebeuren vanavond, maar ik lag er nog zo rustig bij en de verloskundige wilde niet verder gaan.

Weeënstorm

Niet veel later – ik denk binnen het half uur – was ik heel blij met het besluit om de vliezen niet te breken. De weeën werden namelijk in een rap tempo heviger, sterker, pijnlijker. In een héél ramp tempo.
Ik wist niet meer hoe ik moest liggen en besloot om in een stoel te gaan zitten.
De kamer was donker. Ik wilde geen fel licht aan. Buiten begon het langzaam te schemeren. Steven zette de stoelen richting het raam (en iedere verpleegkundige die binnen kwam had daar iets op aan te merken – dat is bij me blijven hangen omdat ik steeds dacht ‘hou je bek’) en ik probeerde de weeën te timen terwijl ik tussendoor afleiding zocht door naar buiten te kijken. Ik had pijn, veel pijn, en kon niet meer praten tijdens een wee.
De weeën kwamen om de paar seconden. 15, 20, 10. Soms 40, dan weer 15. Ik gooide de telefoon naar Steven want ik kon zelf niet meer op toetsen drukken. Als er een wee kwam dan mompelde ik iets en dook ik in mezelf. Het bleef zo snel gaan en al snel voelde ik geen begin of eind meer, de weeën liepen in elkaar over.

Ik raakte een beetje in paniek. Een weeënstorm. Fuck. Wat nu?
We hadden van tevoren afgesproken dat we zo snel mogelijk een ruggenprik zouden zetten om mijn energie te besparen voor de uitdrijving. Moest ik nu al om een ruggenprik vragen? Zijn we nu echt al bezig, of zakt het zo weer weg? Ik twijfelde zelfs aan de intensiteit ervan en terugkijkend kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan. Ik had dikke ontsluitingsweeën én een weeënstorm, maar natúúrlijk dacht ik dat ik me aanstelde.
De weeën trokken naar m’n benen, en dat was zoveel pijnlijker dan mijn buikweeën.
‘Druk maar op het belletje,’ zei ik na een tijdje tegen Steven. ‘Ik wil bespreken wat we moeten doen met pijnstilling.’

Overgave

Ik zat inmiddels helemaal in mijn eigen wereldje. Zodra ik moest bewegen vielen de weeën even weg en kwam ik even terug op aarde, maar ik vertrok weer zodra de weeën er waren. Ik had geen besef van tijd meer en daarom is een goed chronologisch verhaal vertellen een tikkeltje lastig.

Ergens tijdens dit alles heb ik aangegeven dat ik het gevoel had alsof ik koorts had, waar nogal laconiek op gereageerd werd. Ik vraag me nog steeds af waarom. De manier waarop ik behandeld werd, iedere keer als ik iets aan gaf, voelde als: ach, die gekke bevallende vrouwen, die roepen zo veel. Vooral lekker rustig houden en niet mee gaan in wat ze denken te voelen.
Het voelde echt heel klote.

Ik voelde me zo kwetsbaar. Als een klein meisje, terwijl er ergens diep in me ook een oervrouw keihard aan het werk was. Ik wilde heel graag dat mensen lief voor me waren. Alles kwam knetter hard bij me binnen.
De pijn was vreselijk intens, ik had het gevoel alsof ik aan het spacen was en ik kon mezelf niet goed terug vinden. Ik begreep niet goed wat er om me heen gebeurde en wist dat ik het niet zou gaan redden als ik paniek en angst zou laten winnen.
Dus gaf ik me over. Aan de weeënstorm, aan de bevalling, aan het ziekenhuispersoneel, aan wat er zou gaan gebeuren. Ik probeerde niks te willen, niks te vinden, en was alleen maar bezig met de weeën op te vangen. Ik kon trouwens ook weinig anders, want er was weinig pauze of tijd om na te denken.

Ruggenprik

Ik vond het een moeilijk besluit. Ik voelde weerstand naar de ruggenprik. Toen we pijnmedicatie besproken hadden tijdens mijn zwangerschap, werd me een ruggenprik sterk aangeraden om mijn krachten te sparen. In principe zou ik dan alleen ‘de begin weeën’ hoeven te voelen. Zodat ik energie over had voor het persen.
Maar ik wil het mee maken, dacht ik. Ik wil helemaal niet stoppen voordat ik het gevoel heb het niet meer aan te kunnen. Ik wil het voelen. Ik wil weten hoe het is om te bevallen met alles erop en eraan. Maar ik wist ook dat dit de meest verstandige keuze was.

Zoals je zometeen kan lezen heb ik echter wel alles kunnen voelen…

De verloskundige kwam langs, eentje die we nog niet hadden gezien. Ze was grappig, heel droog en rustig, en dat kon ik op dat moment ook wel even gebruiken. Zij heeft me weer aan de monitor gekoppeld om de hartslag van Joshua te meten, en ze ging de anesthesist regelen voor een ruggenprik. Dat ging ineens wel heel snel en ik werd zo vreselijk zenuwachtig. Het besef dat de bevalling gaande was, maar ook dat ik nu een ruggenprik zou krijgen.

Ik vond het doodeng.

Ineens was het donker geworden buiten. Ineens was de anesthesist er. Ineens werd er van alles naar binnen gereden en ik werd overvallen door de angst voor de ruggenprik.
De verpleegkundige was nu heel lief. Ze had door dat ik doodsbenauwd was. Volgens mij zei ik het ook gewoon. ‘Ik vind het doodeng.’

De anesthesist kwam binnen. Ik registreerde nog vaag dat hij normale kleding aan had – volgens mij trok hij zelfs een jas uit of zo. Vond ik gek, maar ook fijn, omdat het minder ziekenhuis achtig voelde. Hij probeerde snel tegen me te praten, om me tussen de weeën door uit te leggen wat hij ging doen. Maar mijn weeën kwamen zo snel dat hij continu midden in zijn verhaal stil moest vallen. Ik vond het grappig dat hij stilletjes naast me bleef staan tijdens een wee, en weer heel snel begon te praten zodra ik weer een beetje terug in de kamer was. En ik vond het fijn dat ik het grappig vond.

Hij heeft precies uitgelegd wat hij ging doen, maar ik zou het niet na kunnen vertellen. Ik weet alleen nog dat Steven tegenover me zat, de verpleegkundige naast me stond en me steeds weer zei dat ik het zo goed deed (vond ik zó fijn!).
Het is niet heel pijnlijk, zo’n ruggenprik, maar ik vond het zo ontzettend kwetsbaar voelen. Een nare pijn is het wel, vind ik, maar de weeën maakten het er ook niet gemakkelijker op.
Ik weet wel dat ik een beetje zielig heb zitten jammeren toen ik nog een prik kreeg en hij zei dat ik die niet hoorde te voelen, maar ik voelde ‘m wel, en dat vond ik eng.

De ruggenprik… werkt maar half?

Uiteindelijk was het voorbij en kwam de opluchting – je weet wel, zo’n enorme opluchting dat je een beetje hysterisch gaat zitten lachen – waardoor ik even vergat dat ik pijn had.
De verdoving begon langzaam te werken. Mijn ene been werd warm, voelde raar als ik eraan zat. Mijn andere been was koud en voelde normaal. Ik wist meteen dat de verdoving niet werkte aan de linkerkant. Kut.
Ik gaf het aan, en de anesthesist begon uit te leggen wat er aan de hand kon zijn en wat ze eraan konden doen. Ik moest op m’n zij gaan liggen en als het dan nog niet zou werken, dan zou hij het slangetje omhoog kunnen trekken waardoor de verdoving hopelijk beter naar beide kanten zou gaan. In het ergste geval moest hij ‘m opnieuw zetten.
Dus ik ging op m’n linkerzij liggen. Rechts had ik verlichting, en dat was even fijn. Links werd echter intenser en intenser. Ik hoopte maar dat het liggen zou helpen.

Gebroken vliezen

Toen ik ging liggen, braken ineens spontaan mijn vliezen. Het was een raar gevoel, alsof de stop eruit getrokken werd. Het voelde warm, en ik vond het een bijzonder moment. Het leidde me even af van de pijn en ik stond even stil bij het feit dat ik echt aan het bevallen was. Ik vond het mooi. Voor zolang de pijn het moment even toe liet.
‘Mijn vliezen zijn gebroken!’ riep ik blij.
‘Nou, ik zie niks hoor,’ zei de verloskundige. Daar moet ik nog steeds een beetje met m’n ogen van rollen. Uiteindelijk zag ze het dan wel. In het rapport staat dat dit om 20:45 was.

Ik begon ontzettend te trillen. Klappertanden, mijn lichaam bibberde hevig, ik kon het niet tegenhouden.
‘Is dat door de verdoving?’ vroeg ik.
‘Nee, dit is bevallen. Al je energie gaat naar je buik toe,’ zei de verpleegkundige.
De anesthesist vertrok. De weeën brachten me weer in een andere wereld. De weeën zaten vooral heel erg in mijn linkerbeen en dat was afschuwelijk pijnlijk.
Ik wist niet meer hoe ik de pijn op moest vangen, zó intens, en wilde proberen om op mijn andere been te liggen. De verloskundige had iets gezegd over om het half uur of uur wisselen – ik weet niet meer waarom, maar ik wilde in ieder geval proberen of het beter zou voelen.
‘Ik wil draaien,’ zei ik.
De verpleegkundige hield me tegen. ‘Ik vind jou zó onrustig,’ zei ze. Het voelde beschuldigend. Ze ging door over dat ik rust moest vinden, dat ik energie moest sparen. Ik gaf aan dat mijn been zo zeer deed.
‘Ik heb je de hele tijd niet over je been gehoord,’ zei ze.
Ik wilde huilen. En ik wilde schelden. Dat heb ik in mijn privé bevallingsverhaal versie dan ook uitbundig gedaan.

Been weeën

Ik voelde álles. Rechts was licht verdoofd, maar begon ook alweer zeer te doen. Links voelde ik alles. Vooral de weeën in mijn benen kon ik niet opvangen. Inmiddels weet ik dat dit de pijnlijkste soort weeën schijnt te zijn, en het moeilijkst om op te vangen.
Maar ik kon het niet zeggen. Ik kon het niet uiten. Ik hoorde mezelf iets mompelen over dat mijn linkerheup inderdaad al de hele dag veel zeer deed en ik schreeuwde in gedachten tegen mezelf: DAT HEEFT HIER NIETS MEE TE MAKEN, IK HEB VERDOMME WEEËN EN DE VERDOVING WERKT NIET.

Ik weet niet waarom ik het niet kon zeggen. Ik merkte dat zelfs Steven niet door had dat de verdoving niet goed werkte en hoeveel pijn ik had. Het lukte me gewoon niet om het aan te geven.
Het had denk ik te maken met de overgave, met het feit dat ik voelde dat ik mee moest gaan met wat er gebeurde en me niet moest verzetten.
Weeën opvangen is heel intens: je kan het niet echt over je heen laten komen want dan overspoelt het je en ga je kopje onder. Je kan je ook niet schrap zetten, want dan ga je er tegen vechten en is de pijn nog veel erger en slaat de paniek ook toe. Het is een vreemde combinatie van in rust accepteren dat de wee komt, en heel hard werken om de wee te doorstaan.
Ik zei tegen mezelf dat ik dit kon. Als er iets is wat ik kan, dan is het wel volhouden. Ik wilde mezelf niet toe staan om te erkennen dat het te heftig was, te veel, en dus hield ik het binnen.

Ik kan dit, ik kan dit, ik kan dit.

Ik kreeg een catherer (yikes!). Dat zal je niet voelen, zeiden ze. Ik voelde het wel, maar het viel wel mee.
Er werd ook iets op Joshua z’n hoofdje geplaatst zodat ze zijn hartslag in de gaten konden houden.

Achteraf gezien had ik écht een geboortefotogaaf erbij willen hebben

Persdrang

Niet veel later stond mijn moeder er weer. ‘Ik wist wel dat ik weer terug zou komen!’
Steven maakte veel grapjes. Over dat ik nu kon ervaren hoe zwaar hij het heeft tijdens een verkoudheid. Het was fijn dat hij stomme grapjes maakte.
De weeën leken bijna niet meer weg te gaan. Ik kreeg ze achter elkaar, en tussendoor had ik nog steeds flink veel pijn. Bijkomen kon niet. De rechterkant voelde ook niet meer verdoofd.
Ik voelde al snel persdrang. Dat gaf ik aan. En iedere keer reageerde de verpleegkundigen heel laconiek. ‘Nou, dat is goed. Volhouden.’

Maar ik heb persdrang. Ik. Heb. Persdrang.

HALLO, DIT KIND KOMT ERUIT?!

Persweeën opvangen is hels. Echt waar. De rest van de bevalling verbleekte erbij. De weeënstorm, persen, scheuren, gehecht worden. Pers weeën opvangen is echt gewoon bijna niet te doen.

En ik weet niet of het zo is, maar ik heb het idee dat het ook niet de bedoeling is om zulke hevige persweeën tegen proberen te houden. Ik had tijdens de bevalling geen ruimte om gehoor te geven aan de boosheid en wanhoop die ik voelde, want ik had alle kracht nodig om de weeën aan te kunnen, maar fuck. Waanzin!

‘Ja, de ruggenprik neemt wel de pijn weg maar niet de druk he?’ zei een verpleegkundige.

MENS, WAAR HEB JE HET OVER? IK HEB PIJN. DRUK? NEE, IK SCHEUR UIT ELKAAR GEK. IK VOEL MIJN BABY NAAR BENEDEN GAAN. DIT DOET FUCKING ZEER, IDIOOT.

Oké, dat stukje uit het origineel laat ik erin. Het omschrijft wel heel goed wat ik voelde tijdens de uren (ja, uren!) van persweeën opvangen.

En weer kon ik niks zeggen.

Nadat ik weer aan gaf dat ik persdrang had, controleerden ze me. Kom op, ik moest wel op 9 of 10 centimeter zitten. Mijn lichaam begon al zelf te persen, ik kon er niks aan doen.

‘Zeven centimeter. Ga zo door’. En weg was de verloskundige weer.

Er vloog paniek en wanhoop door me heen: hoe moest ik dit nog langer volhouden?
‘Kan het slangetje van de ruggenprik omhoog worden getrokken?’ vroeg ik. Het kostte me zo veel om dat te vragen, want daarvoor moest ik aan mezelf toegeven dat ik het niet trok. De anesthesist had aangegeven dat we dit konden proberen als de ruggenprik niet werkte.
‘Nou daar ga ik niet aan zitten,’ zei de verloskundige lacherig. ‘Dan moeten we de anesthesist wéér bellen en het is al zo druk.’

Ik wilde huilen maar deed mijn ogen dicht, pufte en zuchtte de weeën weg en viel weer terug op mijn mantra: ik kan dit, ik kan dit, ik kan dit…

Staat er nog iets bijzonders in je geboorteplan?

De nieuwe verloskundige was er. Ze vroeg of er nog iets bijzonders in mijn geboorteplan stond, want ‘ze had geen tijd om het te lezen’.
Achteraf begreep ik van Steven dat hij dit niet mee heeft gekregen. Ik had – uiteraard, want weeënstorm – een heftige wee toen ze dit vroeg en kan me niet herinneren of ik geantwoord heb. Ik weet alleen dat ik een stoel naar haar hoofd wilde gooien (heb ik, voor zover ik weet, niet gedaan).

Waarom schrijf ik zo’n klote plan als jullie het niet eens lezen omdat ‘geen tijd’?

Ik heb maandenlang gewerkt aan het geboorteplan. Niet omdat er speciale handeling tijdens de bevalling verricht moesten worden, maar vanwege mijn gezondheid, hoe zwak ik was, mijn neiging om pas te laat door te geven hoe slecht het met me gaat, mijn zorgen om het persen…
Dat was juist zo belangrijk! Ik heb mijn woorden zorgvuldig uitgekozen voordat ik het plan uitprintte. Ik kon het nu niet even eruit gooien tijdens mijn weeën en hopen dat het goed over zou komen.

Mijn lijf begon zelf te persen

Mijn moeder ging regelmatig met een washandje over mijn gezicht. Steven aaide me over mijn hoofd. Alle lieve en bemoedigende woorden vond ik zó fijn. Ik wilde getroost en geprezen worden.
Mijn weeën hadden wel een duidelijk begin en eind, maar ik kon niet op adem komen tussen de weeën door omdat het nog steeds zo snel ging. Dat betekende dat ik nu pers weeën had die zo snel kwamen. Urenlang. Als ik terug reken, denk ik dat het om 3 of 4 uur lang ging.

Mijn mantra werkte niet meer, wat ik deed met mijn ademhaling ook niet. De pijn in mijn benen was ondraaglijk maar het verbleekte bij de ondraaglijkheid van een pers wee tegen houden. Ik dacht bij iedere wee nu aan de oceaan, aan golven. Ik ‘golfde’ mee op de wee, eb en vloed. Dat hielp een beetje.

De drang om te persen was overweldigend. Op het hoogtepunt van de wee begon mijn lichaam zelf te persen. Er was niets tegen te doen, mijn lijf nam het over.
Ik hoorde mezelf iedere keer een kreet uit slaan bij dat moment. Het voelde fijn om geluid te maken. Geen gillen, maar gewoon even iets naar buiten gooien. Het was onuitstaanbaar om die persweeën tegen te houden, op te vangen. Het ging niet. Mijn lichaam perste. Iedere keer weer. Het deed zeer, maar vooral het tegenhouden was afgrijselijk.

Joshua had het niet naar zijn zin

Opeens kwamen ze binnen met het nieuws dat ze bloed gingen afnemen van Joshua’s hoofdje. Ze wilden controleren of hij nog genoeg zuurstof had. Hij had het niet naar z’n zin, zeiden ze.

Ik ook niet.

Het idee dat ze bloed zouden afnemen bij zijn hoofdje maakte me misselijkmakend verdrietig, maar het was wel belangrijk om te weten. Als het niet goed was, dan moesten we haast maken. Mijn doom scenario ging door mijn hoofd: zulke heftige weeën opvangen en dan alsnog een keizersnede moeten ondergaan.

Het was vreselijk om op mijn rug, met mn benen in de lucht, tijdens hevige persweeën te moeten liggen terwijl zij aan ’t rotzooien waren bij mijn baarmoedermond. Intens pijnlijk.

Alles zag er gelukkig goed uit voor Joshua. Ik mocht weer even verder ploeteren.

Het pijnlijkste aan bevallen

Ik gaf aan dat ik het niet meer trok. Voor mijn gevoel duurde het eindeloos lang voordat de verloskundige kwam kijken.
Tijdens het controleren van de ontsluiting duwde ze, of trok ze, aan de baarmoedermond. Ze maakte draaiende bewegingen.

Ik kan niet anders zeggen dan dat het afgrijselijk pijnlijk was. Ik wilde haar in haar gezicht schoppen. En het duurde maar. Ze ging maar door. Het is de ergste pijn die ik ooit gevoeld heb, denk ik.

Mijn moeder is zo iemand die roept dat bevallen niet pijn hoeft te doen, en ik begrijp nu wat ze bedoelt. Ik begrijp hoe je weeën niet als pijn hoef te ervaren. Ik denk dat ik veel, véél minder pijn had hoeven voelen als ik een verloskundige had gehad die bij me was gebleven, me echt had gezien en me niet urenlang had laten lijden onder die persweeën.

Maar iemand die aan je baarmoedermond trekt tijdens een perswee? Het was zo pijnlijk dat ik bang was van m’n stokje te gaan.

De uitdrijving

Ik mocht het gaan proberen, zei ze. Wat een opluchting!
‘Bij de volgende wee mag je mee persen,’ zei ze.

Ik wachtte.

En ik wachtte.

Maar mijn weeën vielen ineens weg.

Ik lag nu op mijn rug, met mijn benen omhoog (volgens mij ook in de beugels) en ik moest mijn knieën naar me toe trekken. Al die tijd had ik op mijn zij gelegen. De ruggenprik werd uitgezet (daar merkte ik niks van want zoals gezegd: het werkte al een tijd niet meer). Er kwam geen wee.

Ik zei het niet, maar ging op eigen houtje persen.

En kennelijk ging dat heel goed. Ik werd aangemoedigd aan alle kanten. Ik kreeg te horen hoe goed ik het deed. Ik voelde dat ik goed perste, maar ook dat ik nog wat op mijn hoofd aan het persen was.
Wanneer ik probeerde om niet op mijn hoofd te persen, zette ik veel minder kracht. Dat kostte me te veel energie. Dus ik koos voor gewoon knetter veel kracht zetten. Dan maar ook op mijn hoofd persen, fuck it.
Achteraf hoorde ik van Steven dat hij nog nooit iemand zo rood had zien worden.

‘Dit gaat veel sneller dan ik had verwacht,’ zei de verloskundige.
Ja, ik zei toch dat mijn lichaam al zelf aan het persen was twee uur geleden?!

Ik gaf álles tijdens het persen. Ik nam alleen rust wanneer me gezegd werd om rust te nemen. Voor de rest gooide ik al mijn kracht erin. Alles om Joshua eruit te krijgen, hem veilig eruit te krijgen. Ik luisterde naar de ‘stop’. En wanneer de verloskundige aan gaf dat ik op een volgende wee weer mocht persen, begon ik weer te persen, want de weeën kwamen niet meer.

Ik vond de aanmoedigingen heel fijn. Daar focuste ik me op, samen met de visualisatie dat mijn baby eruit gleed. Een paar keer voelde ik heel even iets van ‘ik kan niet meer’, maar dat was slechts een fractie van een seconde. Ik liet het niet toe.

Ik kan dit. Mijn lichaam kan dit. Ik ben ervoor gemaakt. Ik kan dit.

De verloskundige liet me weer even stoppen. Nu moest ik goed naar haar luisteren, zei ze. Als zij zei dat ik moest stoppen, dan moest ik stoppen, goed zuchten. Om flink scheuren te vermijden, wist ik.
Dus ik luisterde goed naar wat er gezegd werd, maar ik werd vooralsnog alleen aangemoedigd.

Op een gegeven moment hoorde ik mijn moeder en Steven hoge ‘ja ja ja’ kreetjes maken. Het klonk enthousiast. Dus ik wist dat ik goed zat, dat Joshua zijn hoofdje er aan kwam, er bijna uit was. Ik focuste me op hun stemmen. Ja, ja, ja, bijna!

Ik voelde mezelf scheuren. Bovenin en aan de zijkant. Ik probeerde wat rustiger te persen, probeerde op mijn ademhaling te letten, voorzichtig te duwen, maar ik scheurde verder. Het klinkt heel naar, en het was ook wel pijnlijk, maar het viel erg mee.

Toen ik merkte dat rustiger persen niet hielp zette ik door, en toen ‘plopte’ Joshua z’n hoofdje er uit. Dat was best een prettig gevoel. Het was een opluchting.

Ik wilde even bijkomen, maar de verloskundige begon druk te trekken aan hem, en ik raakte er onzeker van. Ik voelde dat ze aan zijn schouders trok, hem draaide. Ik wist niet of ik nou mee moest persen of niet, deed het maar, en toen gleed zijn lichaam uit me.

Om 02:09 werd Joshua geboren, na slechts 18 minuten persen.

Achteraf gezien vind ik het naar dat ze zich er zo mee bemoeide, met dat trekken – vooral omdat ik zoveel filmpjes heb bekeken waarin je ziet dat het ook heel anders kan gaan. Ik weet niet of ze zich zorgen maakte, iets zag, of dat dit standaard is in onze ziekenhuizen. Het allerbelangrijkste is dat Joshua veilig op de wereld kwam en misschien had ze er een heel goede reden voor – maar ik vond het echt naar en nu nog steeds. Het deed iets met me. Ik weet niet waarom het zo zwaar voor me weegt. Het voelde alsof er controle van me af werd genomen en dat niet terecht was.

Joshua Charlie

Hij begon direct te huilen. Ik vond het zo’n bijzonder, magisch geluid. Volgens Steven kwam Joshua als een grijs aardmannetje ter wereld en zag het er heel bizar uit, maar ik heb het zelf niet zo gezien. Ik zag hem, zag zijn donkere haartjes, hoorde zijn huiltje en was zo bizar blij dat hij huilde, en ik wilde hem bij me. Op me. Geef hier.

Geef hier!

‘Mag mijn schort uit?’ vroeg ik meteen. Die werd uitgetrokken.

‘We maken hem nog even schoon,’ zeiden ze terwijl ze met een handdoek over hem heen gingen. Goed: ik weet niet of ze hier een goede reden voor hadden. Misschien wel. Volgens Steven duurde het maar een paar seconden, maar in mijn herinnering veel te lang. En dat vond ik pijnlijk.

GEEF HIER. Hij hoeft niet schoon! Blijf er met je poten van af en leg hem op me!

Hij werd op me gelegd. Ik herhaalde twee zinnen opnieuw en opnieuw:

Wat is hij mooi.

Wat is hij zacht.

Ik vond hem zo, zo, zo waanzinnig mooi. Ik herinner me mijn eigen verbazing. Over zijn snoetje, zijn grote ogen, dat fijne mondje, die kleine handjes, dat lieve scheve neusje want hij had, net als ik, even klem gezeten. Die prachtige donkere haartjes.

En ik was minstens net zo verbaasd over hoe zacht hij voelde. Ik weet niet waarom dat me zo verbaasde. Maar hij voelde zo lekker, zo zacht, zo fijn. Het voelde zo lekker om hem vast te hebben.

Ik was zo blij om hem in mijn armen te hebben. Zo dankbaar dat alles goed met hem leek te gaan.
Ik voelde me zó bijzonder, zo bevoorrecht dat ik zo’n mooi baby’tje op de wereld mocht zetten. En ik voelde me zo krachtig, zó sterk.

‘Hoe heet hij?’

Steven en ik keken elkaar aan, en keken naar onze baby. We hadden een kort lijstje met namen. We wilden hem eerst zien voordat we definitief besloten. Joshua stond wel al lang op nummer 1, zeker voor mij.

‘Joshua.’

‘En zijn tweede naam?’ vroeg ik aan Steven. Er waren drie opties. Ik vond het mooi als Steven daaruit koos.

‘Charlie.’

Joshua Charlie. Ik was verliefd.

Nageboorte

De verloskundige en verpleegkundige begonnen hard op mijn buik te duwen en trokken me ruw uit mijn liefdevolle bubbel. Ik probeerde erin te blijven zitten, maar het duwen deed zeer en ik was er vooraf al bang voor geweest dat ze dat zouden doen.

‘Je bloedt te veel, dus je placenta moet er nu uit.’

Shit, ik bloed te veel.

Ik gaf me eraan over, probeerde de pijn te negeren en keek naar Joshua. De placenta gleed uit me en ik vroeg heel enthousiast of ik ‘m mocht zien (ze hielden ‘m omhoog voor me: ik vond het mega cool!).

Al gauw begonnen ze weer aan me te frunniken en doen, gehaast en gestrest, dus ik wist dat het nog steeds niet goed zat.
‘Waar komt al dat bloed toch vandaan?’
Dat is niet iets wat je wil horen op zo’n moment.

Ik kreeg een injectie in mijn been ‘want je verliest te veel bloed’ en daarna nog een, en ik begon me een beetje angstig te voelen.

Ze begon te hechten. Ik had gelezen dat het niks voorstelt na een bevalling, en dat geloofde ik want hoe kan dat nog uitmaken nadat er een baby uit je is gekomen, maar fuck. Ik vond dat echt pijnlijk en naar. Het gehuil van Joshua sneed ineens door me heen. De pijn van het hechten vroeg veel van me. Ik voelde me ineens heel zwak worden – misschien door het bloed verlies – en begon het moeilijk te vinden om Joshua vast te houden. Ik keerde iedere keer terug naar wat is hij mooi, wat is hij zacht, maar het hechten duurde voor mijn gevoel zo lang en vooral toen ze eindelijk de boosdoener had gevonden – een wond dieper in de vagina – en die begon te hechten, oef. Dat deed gemeen zeer.
Toen ze de hechting/touwtjes aan trok en ik auw riep, verontschuldigde ze zich. Ik vond het enigszins komisch op dat moment.

Joshua voor de eerste keer in in de armen van papa

Hallucineren

Na het hechten en nadat mijn moeder vertrok, is alles een beetje wazig. Ik ging ineens behoorlijk slecht. Ik kon niets scherp zien. Zag dubbel. Kon me niet focussen. Voelde me extreem slap, alsof ik er niet helemaal was. We zaten met z’n drieën, Joshua nog steeds op me, twee uur na de bevalling. Al die tijd heb ik me liggen verbazen om zijn zachte lijfje, zijn mooie gezichtje, zijn alerte koppie.

Maar nu gleed ik een beetje weg.

Uiteindelijk hebben we op de bel gedrukt omdat ik het niet meer trok. Joshua werd gewogen door de verloskundige, aangekleed, en hij begon weer te huilen. Ik probeerde mee te kijken en weet nog dat ik glimlachte en me heel rustig voelde, maar ik kon bijna niet bij blijven. Ik snapte niet zo goed meer wat er gebeurde. Ik was nog wel helder genoeg om een foto te maken van Steven toen hij voor het eerst Joshua in zijn armen had.

Er werd ons gevraagd of we naar huis wilden en ik dacht alleen maar: ben je helemaal gestoord geworden? Hoe komt het in je op om dat te vragen?

Volgens mij zei ik dat we liever morgen opgehaald zouden worden door mijn vader, en werd er een extra bed geregeld (voor mij om op te liggen, Steven sliep op het beval bed, het onding).

Er werd me gevraagd of ik wilde douchen. Dat wilde ik wel. Ik probeerde om rechtop te zitten en kwam terug op mijn besluit. Ik had het gevoel alsof ik uit elkaar ging vallen, alsof ik geen botten meer had en in elkaar zakte. Ik moest van het ene bed naar het andere en dat is me gelukt, maar ik weet niet meer hoe. De verpleegkundige hielp me in schone kleding – geloof ik. Ik kon niets meer goed zien.

In bed begon ik te hallucineren. Ik zag allemaal mensen in en uit de kamer lopen, zag mijn moeder, hoorde meerdere stemmen, en de gezichten van de verpleegkundige en Steven begonnen te vervormen. Ik weet nog dat ik bij wilde blijven, Joshua wilde zien, me schuldig voelde dat ik niet meer kon. Hij lag in een glazen bak naast me en het voelde raar, en ik voelde me nog het meest schuldig dat ik nu vooral de behoefte voelde voor slapen. Ik kon niet meer. Iedere keer wanneer ik naar iemand keek kon ik het gezicht niet meer zien, het vervormde te hevig, dus sloot ik mijn ogen.

Ik heb een baby!

Zo’n drie uur later werd ik weer wakker en was het ochtend, kwam het ontbijt binnen en dacht ik: holy shit, ik heb een baby!

Toen Steven me de deur van het ziekenhuis uit reed kwam er een vrouw naar me toe. Ze raakte me even vluchtig aan, boog zich naar me toe en fluisterde ‘goed gedaan, meissie’, en ze liep weer weg.

Ik vond dat echt heel tof. Goed gedaan, meissie.

Twee dagen in ons nieuwe leven

Hoe ik erop terug kijk

Ik kijk positief terug op mijn bevalling. Toch heb ik lang nog gehuild wanneer ik eraan terug dacht. Nog steeds huil ik soms wanneer ik eraan denk.
Dat is niet per se negatief. Het was gewoon zó veel. Zo intens, zo emotioneel. De zwangerschap moet ik nog steeds verwerken, en daar komt veel verdriet bij kijken. Bij de bevalling voel ik geen verdriet, maar toch is het zo intens dat ik het echt moest verwerken en nog steeds een beetje uit balans raak ervan.

Ik ben heel blij met hoe mijn bevalling gegaan is. Er zijn wel dingen die ik liever anders had willen zien gaan – de begeleiding is voor mij het grootste probleem. Nu zou je kunnen stellen dat ik het zelf beter had moeten aangeven, maar voor mij schetst het een heel goed beeld van hoe onze zorg naar bevallende vrouwen kijkt en hoe het een lopende band ding is geworden, terwijl het zo’n enorm krachtige, emotionele, bijzondere ervaring is. Naar mijn mening zou een bevallende vrouw echt met intens veel liefde en eerbied behandeld moeten worden en zou er veel meer steun moeten zijn voor haar.
Het feit alleen al dat na de bevalling iedereen vrij abrupt z’n handen van je af trekt. Er mag wat mij betreft veel meer aandacht komen voor de vrouw en de moeder.

Ik kon het niet anders doen dan dat ik heb gedaan. Het was zo belangrijk voor mij om me over te geven aan wat er gebeurde en dicht bij mezelf te blijven. Ik zat helemaal naar binnen gekeerd en ik denk dat het me door de weeënstorm heen gesleept heeft.

Ik ben onwijs trots op mezelf en op mijn lichaam.

Grappig weetje is trouwens dat Steven mijn bevallingsverhaal las en daarna zei dat hij het zelf anders heeft ervaren. Hij heeft nooit gezien dat ik zoveel pijn had. Hij dacht dat ik er wel rustig en chill bij lag.
Ook het trekken tijdens de uitdrijving of het schoonmaken van Joshua waren voor hem in een oogwenk gebeurd.

Zo zie je maar hoe intens alles is voor de vrouw. Tijd was voor mij heel iets anders geworden. Het bestond bijna niet meer. Ik zat helemaal in het moment, waardoor ik beter door de uren heen kwam. Het persen voelde slechts als een paar minuten aan, maar die seconden dat Joshua werd schoongemaakt leken eeuwig te duren.

Hoewel ik meerdere keren heb omschreven dat het pijnlijk was, vond ik het een intens mooie ervaring en zou ik het zo nog een keer doen.
Mocht je bang zijn voor de pijn: ik denk dat goede begeleiding al veel kan doen, maar het is ook onvoorstelbaar hoeveel je aan kan op zo’n moment. Dat is tenminste mijn ervaring.

Ik heb het idee dat het mij echt ‘gered’ heeft dat ik zo naar binnen keerde. Vooraf was ik te zwak om een info avond bij te wonen of er veel over te lezen. Toch wist ik precies hoe ik moest ademen, puffen en zuchten. Mijn mantra’s en visualisaties hielpen enorm, vooral deze drie:

Ik kan dit, mijn lichaam is ervoor gemaakt.

Het visualiseren van de oceaan, mee gaan op de golven.

Het visualiseren van mijn baby, hoe hij naar de opening werd gebracht én het beeld van hem in mijn armen houden.


Vrouwen zijn belachelijk sterk. Echt waar. Ik kon mezelf niet eens meer afdrogen of mijn eigen glas water pakken. Toch kwam er zoveel kracht los tijdens de bevalling.

Als ik je iets mee zou willen geven, dan is het wel dat je op je eigen kracht mag vertrouwen en vol vertrouwen los mag laten tijdens de bevalling. Ook wanneer het niet loopt zoals je wil, ook wanneer er hulpmiddelen of zelfs een keizersnede noodzakelijk blijkt: je bent zó sterk en je mag zó trots op jezelf zijn.


By
0

You may also like

Leave a Reply

CommentLuv badge